Archief voor maart 2011

Trappen en treden

zondag, 27 maart 2011

Bij de trap afgaan denk ik acuut aan het gevoel van in de auto zitten en over betonplaten rijden: alsof op je achterste de trap afglijdt… kaboem..kaboem..kaboem…

Veel huizen aan de Herengracht in Amsterdam geven je de mogelijkheid de ene kant de trap op en aan de andere kant de trap af te gaan. Op de Keizersgracht hebben de trappen op een enkele uitzondering na geen andere afgang. Voor kleine kinderen kan dat aanleiding zijn om bovenaan te zijn gekomen, het op een brullen te zetten omdat er geen andere weg is dan dezelfde weg terug.

Iemand mailde n.a.v. de trap van vorige week: “Wat zijn er veel werkwoorden met ‘treden’, zoals  intreden, uittreden, toetreden, aftreden, betreden, overtreden.”
Ook aantreden en optreden horen erbij en je vertreden. Allemaal werkwoorden die met stappen doen te maken hebben, iets veiligs – dat wat je hebt of waar je bent – te verlaten om een nieuw standpunt te vinden.
Op luchthavens worden we er al op geattendeerd, want van verre hoor je die stem al: mind your step, mind your step, mind your step….  

Aanpassen

zondag, 20 maart 2011

Voor me kruipt een klein meisje de trap op. Omdat haar benen nog te kort zijn, doet ze het zo heel karakteristiek voor kleine kinderen: klauterend met één been en de armen, het lijf op de volgende tree zien te krijgen, dan het tweede been bijtrekken. 
                                                                                
Voor mensen met een gebroken been – waar je niet op mag staan –  is de trap net zo klus. Met één hand de leuning vast, de andere steunt op een elleboogskruk. In het handvat meteen met de tweede kruk voor als je boven bent. Het goede been eerst en het gekwetste been sluit met een sprongetje aan. Sommige mensen nemen de trap zittend, tree voor tree met hun rug naar de trap toe.
                                                                                
Soms is het stap voor stap de trap nemen om niet buiten adem te raken. Bij beroerd lopende trappen moet je soms aansluiten en dan loop je in een ongemakkelijk ritme de trap op. (die prachtige bouwkundige termen als optrede en aantrede gelden trouwens voor alle trappen). Een te strakke broek of te hoge hakken maakt het ook lastig om prettig de trap op te gaan.
                                                                                
Spelletjes met de trap: in een zeker ritme een bekende trap met drie treden tegelijk nemen! Je hoort wie er de trap op komt! Iedereen heeft z’n eigen dreuntje.
                                                                                
Tijdens ons hele leven passen we ons aan om diezelfde trap te nemen, daar sta je zelden bij stil. Nu heb ik het alleen nog maar over de trap óp gehad…

Opstaan en starten

zondag, 13 maart 2011

Wachten voor het stoplicht, niet erg, ik ben op tijd en het zonnetje schijnt aangenaam. Het licht springt op groen, ik pak het stuur wat steviger beet, trek mijn fiets ietsje terug en zet af met mijn ene voet en fiets weg. Eerst een tegenbeweging daarna koers je directer op je doel af, in mijn geval hup weg, doorfietsen. Niet helemaal als een pijl die de gespannen boog verlaat, maar wel een beetje.


 
‘s Morgens als de wekker gaat, begin ik de dag niet als een speer die weggeworpen wordt. Meer als een hond of een kat, die zich traag uitrekt en strekt om z’n lijf aan te trekken als een jas waarin hij de dag gaat doorbrengen. Kortom met een trage start kom ik in de benen. In de sport heet dat ‘warming-up’: je klaar maken voor een gerichte bezigheid. Bij het wakker worden ben je doorgaans overal even aangenaam warm, dus ‘warming-up’ is niet de goede benaming.
Om terug te komen op die pijl of de speer, misschien gaat het toch op. Uitrekken en omdraaien, nog even lekker in m’n holletje kruipen, dan enthousiast worden vanwege alle leuke dingen van de dag en… ik sta zo naast m’n bed!

Knoeien en morsen

zondag, 6 maart 2011

Iedereen overkomt het, een druppel rode wijn gemorst op het schone tafellinnen. Ook al zie je het voor je ogen gebeuren: die druppel aan de fles, een snelle reddingsactie met je vinger… Zout erover!

  

Dat is verleden tijd sinds de uitvinding van die flexibele zilverkleurige schijfjes. Nooit geweten dat het een los rondje is. Opgerold in de opening van de fles geschoven, oogt het als een zilveren sierkurk zonder dop. Afgelopen week lag er een doosje met die bijzondere uitvinding als verrassing op de mat, na een gezellig avondje, toen het knoeien met rode wijn ter sprake gekomen was. Apart om te merken hoe anders dat schenkt met zo’n tuutje. Niet in woorden te vatten: ervaar het zelf!

Vroeger waren er plastic tuutjes voor op de tuit van een theepot tegen het druppelen en knoeien.

Soms staan mensen, zoals je staat met afwassen zonder schort voor: met de bips naar achteren. Begrijpelijk, want een natte plek middenvoor is niet prettig. Die plek midden op je buik blijkt wel uiterst ontvankelijk voor vlekken te zijn. Sterker, mijn schorten worden daar altijd groezelig; geen wasmiddel kan daar wat aan doen. Het is wel heerlijk trouwens om je handen meteen aan je buik af te kunnen vegen, je voelt hoe prettig je op je voeten staat zonder je schouders te plagen. In je de buik zit vermoedelijk het oergevoel van het algemeen welbevinden. Kleine kinderen zeggen vast niet voor niets dat ze buikpijn hebben, ook al blijkt de werkelijke pijn in hun oor te zitten. Kortom knoeien heeft zeker een plek nodig: leve de schort als je je kleren wilt sparen.