Archief voor augustus 2011

Tea time

zaterdag, 27 augustus 2011

Een snel kopje koffie kan desnoods, maar voor een kopje thee heb je écht tijd nodig. Een zakje in een kopje met heet water hengelen om het water te verkleuren, dat is geen echte thee.
Echte lekkere thee zet ik in een met kokend water voorgewarmde theepot met losse thee. De thee moet eerst nog trekken en dan in een kopje van het type ‘vijvertje’, ondiep en met een groot oppervlak, daardoor is de thee sneller op drinktemperatuur. 

In de afgelopen week kwam het ter sprake dat een goede theepot vergelijkbaar is met lekkere schoenen. Je kunt aan het model van de theepot al zien of de theepot lekker schenkt; zoals ook de leest doet vermoeden, hoe de schoen zich met je voet verbinden zal.
Beperk ik me tot de theepot: hoe is de balans van het handvat en de tuit aan de buik van de theepot? Bovendien op welke hoogte zitten ze? Aan de zijkant, boven of onder het midden van de buik of is er een hengsel bovenover?
Die schenkbeweging is een royale beweging van je hele arm, alle gewrichten doen mee en het moet vooral makkelijk gaan. Het vasthouden van het handvat kan ongemakkelijk zijn. Soms ligt dat aan het handvat en soms willen handen niet goed grijpen om wat voor reden dan ook. De theepot kan bovendien ook nog te groot en te zwaar zijn.

Bij het zoeken naar praktische toepassingen van het hefboomprincipe in huis/tuin/keuken situaties ben ik de theepot niet tegengekomen. Fluitketels en waterkokers liggen voor veel mensen prettiger in de hand dan prachtig uitziende theepotten, vaak door een kortere hefboom. Zie ook de afleveringen: ‘Het handvat’ (9 januari 2011) en ‘Dubbel’ (7 november 2010).

Kortom een theepot, die prettig in de hand ligt, is een absolute voorwaarde om van lekkere thee te kunnen genieten!

Links en rechts aan tafel

zondag, 21 augustus 2011
Een rechtshandige met aan zijn rechterzijde een linkshandige aan ‘n krappe tafel: een beetje opletten om elkaar geen por te geven tijdens het naar de mond brengen van een lepel soep met je voorkeurshand. Zitten ze andersom dan hebben ze allebei een actieve buitenste hand zonder botsgevaar, sterker ze zouden elkaar met gemak kunnen voeren, al moet je even afspreken wie bovenover en wie onderlangs zijn route kiest. Vroeger werden linkshandigen gedwongen om het bestek als een rechtshandige te hanteren, nu hoeft dat niet meer. Zit de linkshandige als enige een beetje krap tussen rechtshandigen, dan zou hij zich gemangeld kunnen voelen en is het goed uitkijken om niet te stoten of gestoten te worden.      
 
Gelukkig hebben we behalve de bewegingen in de elleboog* nog meer gewrichten die helpen als je zo aan tafel zit: de pols. Een fascinerend gewricht, bestaand uit zeven botjes als kleine knikkertjes, die de middenhandsbeentjes met de twee botstukken van de onderarm verbinden. Weinig mensen beseffen dat het scharnier tussen onderarm en hand niet één gewricht is, maar een verzameling kleine gewrichtjes, die uiterst summier met elkaar communiceren als wij onze handen gebruiken. Maar daar denk je toch absoluut niet aan als je gezellig aan tafel zit en het eten smaakt!    
 
* zie weblog Knuistjes en vuistjes van 6 augustus 2011
 
 

Handkus

vrijdag, 12 augustus 2011

Momenteel lees ik het boek ‘Kameraad Baron’ van Jaap Scholten*. Op een zeker moment wordt er door een waardige oude Hongaarse dame aan de schrijver gevraagd of hij weet hoe je een handkus geeft. In het hoofdstuk ‘De Handkus’ vertelt hij de lezer, wanneer je dat doet en hoe je een handkus correct uitvoert. Ik citeer:
“Recentelijk heeft Erszébet me gedemonstreerd hoe men de handkus correct uitvoert. ‘Jij bent de vrouw nu, blijf zitten,’ beval Erszébet terwijl ze opstond. Ze kwam voor me staan, nam mijn rechterhand in de palm van haar hand, bracht mijn hand omhoog terwijl zij die iets draaide zodat de rug van de hand boven kwam te liggen en boog voorover. ’4 centimenter, nooit meer! 4 centimeter mag je naar voren nijgen, en alleen met je schouders, niet je hoofd buigen. Je blijft met gestrekte rug mooi rechtop. Niet vanuit de onderrug buigen. Dat doen de boeren. De boeren kussen daadwerkelijk de hand van de heer.’ Ze stak haar wijsvinger omhoog om te waarschuwen. ‘Je kust niet de hand, maar de lucht. Als de man de vrouw in de ogen keek terwijl hij dat deed: ohlalala! En nog frivoler was dit.’ Ik kreeg een lesje ouderwets flirten. Erszébet pakte mijn hand opnieuw, draaide die voorzichtig om zodat de onderzijde van mijn pols boven lag. ‘Als je daar kuste…’ Ze rolde met haar ogen. ‘De wijsheid was dat als een dame “nee” zegt ze “misschien” bedoelt, als ze ‘misschien’ zegt “ja”bedoelt, en dat als ze “ja” zegt, ze geen dame is.’

  

Er zijn filmpjes op internet waarop kleine kinderen een kusje van hun hand blazen naar iemand toe, maar voor volwassenen geen instructies. Over de handkus is bij wikipedia niet veel meer te vinden dan een zakelijke beschrijving dat de lippen de hand nauwelijks mogen raken. Gelukkig zijn er nog boeken die gewoon in begrijpelijke taal uit de doeken doen hoe je iets doet, zoals: de handkus!


Op mijn 17e kreeg ik – gezeten op een paard – mijn eerste én enige handkus, voorafgaand aan de les van een beroemde (van origine Hongaarse?) instructeur. Dat was een gebeurtenis die ik destijds wel van binnen opgeslagen heb als iets héél bijzonders en dat het bijzonder was, dat blijkt!

* Uitgeverij Contact ISBN 978.90.254.3154.9

Knuistjes en vuistjes (vervolg)

zaterdag, 6 augustus 2011

Het spaakbeen draait om de ellepijp, deze beweging heet in het jargon: supinatie.   

Supinatie maak je als geïsoleerde beweging wanneer je je onderarm met de handpalm op tafel legt (de houding van een pen of de muis van de pc vasthouden) en je onderarm over de pinkzijde draait zodat de handpalm boven komt te liggen. (De pen glipt bijna uit m’n openvallende hand…)

 

  Draai je je onderarm weer terug, dan heet dat pronatie. Bij deze bewegingen blijft de middelvinger in het verlengde van je onderarm, de hand en pols doen nagenoeg niets en ook de elleboog verandert niet in zijn haakse hoek.

Natuurlijk kan je die beweging ook beginnen in je vingers en hand. Je opent je hand met een draai naar buiten, de onderarm draait vanzelf mee. Ik ben zelf verrast dat de wijsvinger ook zijn naam eer aan doet omdat die vanzelf actief gaat wijzen in de richting van de beweging. Het royale gebaar van geven en openheid zoals je wel bij beelden van heiligen, koningen en keizers ziet. De ringvinger en pink volgen passief omdat ze nu eenmaal aan de hand vast zitten en mee moeten in de beweging.

Bij het terugdraaien (pronatie) vanuit je hand heeft de duim de leiding, het is de vraag of die duim dan voor wijsvinger speelt of dat er sprake is van macht en kracht. Het ‘onder de duim houden’ is letterlijk en figuurlijk iets anders dan ‘het in de vingers krijgen’. 

n.b. de foto van Lodewijk XIV maakte ik op de binnenplaats van het Musée Carnavallet in Parijs. Het is de vraag met welke intentie hij dat gebaar maakt… In hetzelfde museum hangt een schilderij van Mme. de Sévigné. Háár hand is veelzeggend!